
(Dit is een droom die ik vroeger vaker had, hoewel het nu al een tijdje geleden is.)
Ik loop in de ondergrondse gang van een groot treinstation, met stevige stappen, want ik moet een trein halen. Toch ben ik niet gestresseerd, want ik heb nog tien minuten voor hij vertrekt.
Ik loop gezwind de trap op naar mijn perron, en ja hoor, daar staat de trein al te wachten. Op een tiental meter van mij staat een deur uitnodigend open.
Het enige probleem: het perron blijkt bedekt te zijn met een laag aardbeienconfituur van zo’n anderhalve meter dik. Ik probeer me door de confituur heen een weg te banen naar de treindeur, maar het is een kleverig en gelatineus boeltje en ik raak nauwelijks vooruit. Ik zie de tijd verstrijken en word zenuwachtig.
En effectief, de deur gaat dicht, de trein vertrekt. Ik blijf op het perron staan, en kijk de trein achterna, tot aan de oksels in aardbeienconfituur.
Ik word wakker.