Ik zit, scherp gekleed in een zwart pak, strak wit hemd en zwarte blinkende schoenen, in een half verduisterde kamer. Een soort studentenkamer, dit is waar ik woon. Waarom ik opgekleed ben, is niet helemaal duidelijk, want mijn kamer bevindt zich in Italië, en ik mag er niet uit, wegens het hele land in coronavirus-quarantaine.

Toch wordt op mijn deur geklopt, en een Amerikaanse dame van zo’n zestig jaar, niet echt aantrekkelijk, stapt mijn kamer binnen, zegt dat ze nog nooit een man heeft gehad, en vraagt of ik met haar wil trouwen. Ik bedankt beleefd, en zeg nee, ik ben al van straat, en ze verdwijnt weer.
Even later wordt er weer op de deur geklopt, en een oudere, gezette Amerikaanse man stapt binnen. Hij draagt een crèmekleurige cowboyhoed, een zwart pak, en zo’n bizar Amerikaans dasje dat eigenlijk gewoon twee touwtjes is. Hij zegt me dat hij de vader is van de vrouw die daarnet binnenkwam, heeft gehoord dat ik niet met haar wou trouwen, zegt dat hij dat begrijpt, en dat hij een cadeautje voor me heeft. Hij geeft me een pakje in bruin papier, draait zich om, en wandelt naar de deur.
Net voor hij de kamer wil uitstappen, draait hij zich om, zet zijn hoed af, trekt zijn dasje los, en zegt: “Surprise, Ich bin es, Angela”. En plots verandert hij in Angela Merkel, draait zich om, en verdwijnt.
Ik open het pakje. Daarin zitten een paar geelbruincremekleurige mocassin-schoenen met kwastjes.
Opeens gaat het licht aan, en blijkt de kamer waarin ik zit plots de slaapkamer te zijn van mijn collega. Mijn collega zit, strak in pak en das, rechtop in bed, en vraagt me of ik de hele nacht wakker ben geweest. Zijn vrouw wordt wakker, werpt één slaperig oog op de mocassins, mompelt: “f***ing lelijke schoenen”, draait zich om, en slaapt verder.
Ik, daarentegen, word wakker.