Ik word samen met een ex-collega op de achterbank van een auto geduwd voor een ‘opdracht voor het werk’. Het is een zelfrijdende auto, die ons gaat brengen waar we moeten zijn.
Ik val prompt in slaap.
Bij het wakker worden vraag ik aan mijn collega of zij eigenlijk weet waar we naartoe gaan, en wat we daar moeten doen, maar ze weet het ook niet.
De auto rijdt een onooglijk Ardeens dorpje binnen, en stopt voor de deur van een bouwvallig klein huisje dat tegen de kerk gebouwd staat.
We duwen het krakkemikkige deurtje open en komen terecht in een helwitte gigantische zaal, de grootte van een luchthaven. Het blijkt de faculteit economie van Louvain-la-Neuve te zijn. Mijn ex-collega is plots verdwenen.
Ik wandel naar de receptioniste , en vraag waar ik moet zijn. Ze vraagt me wat ik kom doen en ik zeg dat ik het niet weet. Gelukkig duikt op dat moment mijn huidige collega op, duwt me een bekertje koffie in de hand, en neemt me mee naar een seminarie over economie.
Het zaaltje biedt plaats aan een vijftigtal mensen, en ik moet zoeken om tussen alle studenten nog een plaatsje te vinden. De prof staat vooraan, klaar om aan zijn les te beginnen, en het is Elon Musk!

Ik val opnieuw in slaap.
Als ik wakker word zijn mijn collega, Elon Musk en alle studenten verdwenen. Op hun plaatsen zitten nu allemaal katten, die verstoord naar mij kijken.
Plots zit ik thuis in de zetel met wat vrienden. Eén van mijn poezen ligt in een andere zetel. Ik vertel mijn vrienden mijn relaas. Mijn kat trekt haar ogen open, kijkt me strak aan en zegt luidop dat ik lieg.
Ik word wakker.