Voetballen op de Titanic

Ik sta op het dek van de Titanic. Het is nacht. Het schip vaart stabiel, ligt horizontaal in het water, en toch is er niemand meer aan boord, alle passagiers hebben het schip al verlaten. Alle passagiers? Nee, want behalve ikzelf zijn er ook nog mijn twee dochters én Vincent Kompany. 

Eén van mijn dochters haalt een springballetje boven, zo’n klein balletje met een doorsnee van 2-3 centimeter, dat krankzinnig op en neer stuitert. We besluiten gaan voetballen gezien het dek toch leeg is; mijn dochters en ik tegen Kompany. Terwijl we voetballen komt het schip steeds schuiner te liggen. Op een gegeven moment geef ik het balletje een ferme trap, het vliegt langsheen een keepende Kompany die er vergeefs naar grijpt, in het geïmproviseerde doel en schiet door en vliegt in het water. 

Geen balletje meer, dus we kijken om ons heen en besluiten dat het tijd is het schip te verlaten. We schudden Kompany de hand, hij erkent zijn verlies. 

En plots zijn mijn dochters verdwenen, en zitten Kompany en ikzelf in een compleet andere ruimte, een non-descripte witte vergaderzaal. We zitten aan zo’n rond bistrotafeltje, samen met Margot Cloet van Zorgnet Icuro.

Het tafeltje ligt bezaaid met papieren vol cijfers, en wij drieën zijn verantwoordelijk voor het uittekenen van de socialezekerheidsstrategie van België voor de komende tien jaar. 

De rest van de droom zitten we te cijferen, en het is heel saai.

Na een periode die wel uren lijkt te duren word ik eindelijk wakker. 


Leave a comment